BEDOELING EN ZIN VAN DE VEERTIGDAGENTIJD

De veertigdagentijd is bedoeld als voorbereiding op de paasviering. De liturgie van deze tijd bereidt zowel de geloofsleerlingen als de gelovigen voor op de viering van het paasmysterie (Algemene normen voor het liturgische jaar en de algemene Romeinse kalen der, afgekort AN, 27). De veertigdagentijd loopt van Aswoensdag tot aan de avond­mis van Witte Donderdag. De veertigdagentijd begint met Aswoensdag. Volgens een oude traditie gebruikt men op deze dag geen vlees (abstinentie) en neemt men slechts één volle maaltijd. Als teken van de bereidheid tot boete en bekering laten de gelovigen op deze dag as op hun hoofd strooien.

De zondagen van deze periode worden 1e, 2e, 3e, 4e en 5e zondag van de veertigdagentijd genoemd. Op de 6e zondag begint de Goede Week. Het doel van de Goede Week is de overweging van het lijden en sterven van Christus. De zesde zondag heet Palm- of Passiezondag omdat deze begint met zijn intocht als Messias in Jeruzalem. In de morgen van Witte Donderdag zegent de bisschop de heilige oliën en wijdt hij het chrisma tijdens de eucharistieviering die hij met zijn priesters concelebreert. De veertigdagentijd is een tijd van gebed, aalmoezen en werken van boetvaardigheid. Zo bereidt men zich gedurende veertig dagen voor op het Paasfeest. De benaming vastentijd wordt steeds vaker verruild voor de benaming Veertigdagentijd. Vastentijd slaat meer op een bepaald onderdeel van die tijd. Veertigdagentijd duidt meer op het geheel van die periode. Veertig jaar trok het volk van het Oude Verbond door de woestijn, alvorens het het beloofde land bereikte; met een gelouterd hart; veertig dagen bracht Mozes op de berg door om Gods geboden in ontvangst te nemen; veertig nachten bracht Elia in bidden en vasten door in de woestijn, totdat hij bij de berg Horeb God mocht ervaren. Bij zijn gedaanteverandering op de berg zou Jezus omgeven worden door deze twee oud-testamentische personen, toen Hij zich aan zijn leerlingen als verheerlijkte Heer toonde, vooruit­grijpend op zijn verrijzenis. Christus zelf zou, alvorens Hij zijn openbaar leven begon, zich ook veertig dagen terugtrekken in de woestijn, voor gebed en vasten, om zo de macht van de duivel te weerstaan.   

HET PAASFEEST

Jaarlijks bereiden de gelovigen zich eveneens gedurende een periode van veertig dagen voor op het grote Paasfeest om met gelouterd hart het sterven en verrijzen van Christus met Pasen te gedenken. In de vernieuwde liturgie heeft de veertigdagentijd een hernieuwd accent gekregen. Voor alle gelovigen geldt deze tijd als een tijd van bezinning. De geloofsleerlingen bereiden zich voor op het Paasfeest. In het doopsel worden de gelovigen immers met Christus begraven en verrijzen zij met Hem. In de paasnacht zullen alle gedoopte gelovigen hun doopbeloften hernieuwen.

TIJD VAN BEKERING

De herdenking van het paasmysterie en het sacrament van het doopsel, waardoor alle zonden werden afgewassen, nodigt de gelovigen uit om zich in deze veertigdagentijd te bekeren. Daarom is de veertigdagentijd een tijd bij uitstek om het sacrament van de boete en verzoening (de biecht) te ontvangen. Het ontvangen van dit sacrament kan voorbereid worden door een boeteviering. Daarnaast is de veertigdagentijd een periode van meer toeleg op het gebed en van het doen van goede werken. Vooral wordt de deelname aan de vastenaktie aanbevolen.